Nieuws
Al het nieuws van rechtspraak.nl bij de hand!

Nieuws

Hieronder ziet u het nieuws uit de regio 's-Gravenhage
(Bron: www.rechtspraak.nl)

  • Verdachte van dodelijke steekpartij doet succesvol beroep op noodweerexces

    Een 40-jarige man die op 17 juli 2018 zijn 43-jarige collega neerstak in een slagerij aan het Hobbemaplein in Den Haag is door de rechtbank Den Haag ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank acht doodslag bewezen maar door een geslaagd beroep op noodweerexces is hij hiervoor niet strafbaar.

    Noodweersituatie

    Beide mannen hadden op de ochtend van 17 juli 2018 ruzie gehad in de slagerij. Nadat de verdachte was vertrokken besprak het slachtoffer de ruzie met de eigenaar. Op camerabeelden was onder andere te zien dat ze vervolgens vuistslagen oefenden. De rechtbank is van oordeel dat uit deze gebaren blijkt dat de eigenaar en het slachtoffer van plan waren om de verdachte zijn gedrag van die ochtend betaald te zetten. Toen de verdachte ’s middags terugkwam om met de eigenaar over de ruzie te spreken nam die hem mee naar het keukentje; een kleine, volle ruimte waarvan de enige uitgang de deur naar de winkel is. Anders dan in de rest van de slagerij stonden daar ook geen camera’s. Het slachtoffer voegde zich bij hen en de deur van het keukentje werd dichtgedaan. De deur van de slagerij was al eerder afgesloten. De verdachte werd daarna door het slachtoffer meerdere keren op het hoofd en het lichaam geslagen.
    Uit deze feiten en omstandigheden leidde de rechtbank af dat er meteen een dreigende situatie voor de verdachte moet zijn ontstaan en dat hij geen reële mogelijkheid had om zich daaraan te onttrekken. Er was sprake van een noodweersituatie en verdachte mocht zich verdedigen.

    Hevige gemoedsbeweging

    De rechtbank is echter wel van oordeel dat de verdachte in zijn verdediging te ver is gegaan door zijn collega vervolgens met een mes te lijf te gaan. De rechtbank acht echter aannemelijk dat die disproportionele reactie het directe gevolg was van een hevige gemoedsbeweging. Hij zat opgesloten in een kleine ruimte, het was een twee-tegen-één situatie en hij was bang dat hem iets ernstigers zou worden aangedaan. De aard en intensiteit van die gemoedsbeweging is van doorslaggevend belang geweest voor de overschrijding van de grenzen van zijn noodzakelijke verdediging.
    De rechtbank acht voorts van belang dat de verdachte het mes niet al bij zich had op het moment waarop hij de keuken betrad. Hij koos voor het gebruik van dit mes omdat er geen ander, minder ingrijpend, middel voorhanden was.

    Noodweerexces

    De verdachte komt dan ook een succesvol beroep toe op noodweerexces. De verdachte is daarom niet strafbaar en zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

  • Taakstraf voor verduisteren goederen

    Een 48-jarige vrouw uit Den Haag is vandaag door de rechtbank Den Haag veroordeeld tot een  taakstraf van 240 uur waarvan 80 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar voor het verduisteren van een groot aantal goederen bij een vestiging van een landelijke winkelketen in Delft. Haar 43-jarige partner die verdacht werd van schuldwitwassen, is vrijgesproken.

    Afbetalen schulden

    De vrouw werkte als leidinggevende in het filiaal in Delft. Van 1 december 2016 tot en met 14 februari 2018 verduisterde zij daar een groot aantal goederen waaronder elektronica, chocola, fotoalbums en textiel. Ze verkocht de spullen op Marktplaats en rommelmarkten en gebruikte de opbrengst om schulden af te betalen.

    Geen harde aanwijzingen

    De rechtbank sprak de partner vrij van schuldwitwassen. Hij is drie keer bij het filiaal is geweest om tassen met spullen van de vrouw aan te nemen en hij was ook betrokken was bij de verkoop van die artikelen. Toch bevatte het dossier geen harde aanwijzingen dat hij had moeten vermoeden dat de goederen waren verduisterd. Op vragen van haar partner antwoordde de vrouw dat het ‘1 plus 1 gratis’ was of dat er een andere actie was. Ze verzon telkens een verhaal om de ‘aankopen’ te verantwoorden.

    Forse taakstraf

    Volgens de rechtbank heeft de vrouw het vertrouwen in haar als werknemer ernstig beschaamd en haar werkgever financieel benadeeld. Bovendien is zij ernstig tekortgeschoten in de voorbeeldfunctie die zij ten opzichte van het andere personeel had. Gelet op de lange pleegperiode en de grote schaal waarop de vrouw goederen heeft verduisterd, is de rechtbank van oordeel dat een forse taakstraf een passende straf is. De schulden die de aanleiding waren voor het verduisteren van de goederen bestaan nog steeds. Daarom legt de rechtbank een deel van die taakstraf voorwaardelijk op, als stok achter de deur.

  • 9 jaar cel en TBS voor dodelijke steekpartij Leiden

    De rechtbank Den Haag heeft vandaag een 25-jarige man zonder vaste woon- of verblijfplaats veroordeeld tot 9 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging. In de nacht van 6 op 7 juli 2018 stak hij een 28-jarige man uit Leiden dood op de galerij van een flatgebouw aan het Jacques Urlusplantsoen te Leiden.

    Doodslag

    Net als de officier van justitie vindt de rechtbank niet bewezen dat de verdachte met voorbedachte raad handelde. Daarom is sprake van doodslag en niet van moord.

    Geen zelfverdediging

    Door de verdediging is een beroep op zelfverdediging gedaan, maar dat verwerpt de rechtbank. De verdachte en meerdere getuigen hebben verklaard dat bij de verdachte een knop omging toen zijn moeder werd beledigd door het slachtoffer. Die belediging was voor de verdachte reden om messen te pakken, de deur open te doen en in blinde woede op het slachtoffer in te steken. De verdachte was op dat moment de aanvaller, niet de verdediger.

    Ernstige zaak

    Het slachtoffer was vader van vijf jonge kinderen. Zijn dood heeft veel leed veroorzaakt bij de nabestaanden. De wijze waarop het slachtoffer is gestorven is extreem gewelddadig en gruwelijk. Hij werd met een mes doorstoken en was daarmee ten dode opgeschreven. Toch heeft hij nog gerend voor zijn leven, terwijl de verdachte hem achtervolgde. Alleen een langdurige gevangenisstraf past bij een zo ernstig feit.

    Behandeling

    Na afloop van de gevangenisstraf moet de verdachte gedwongen worden behandeld voor zijn stoornissen. Als dat niet gebeurt, is de kans op herhaling groot. De enige mogelijkheid om de maatschappij daartegen te beschermen is de maatregel TBS met dwangverpleging. Daarom legt de rechtbank die maatregel op.

  • Ministeriële regeling voorlopig niet op Sea-Watch van toepassing

    De rechtbank Den Haag heeft bepaald dat de Staat een ministeriële regeling tot 15 augustus 2019 niet mag toepassen op Sea-Watch. Dit stelt partijen in de gelegenheid alsnog constructief overleg met elkaar te voeren zodat duidelijk wordt aan welke eisen het schip, de Sea-Watch 3 moet voldoen. Indien het overleg niet tot het gewenste resultaat leidt dan ligt het op de weg van de Staat om die duidelijkheid te verschaffen.

    Niet meer uitvaren

    De regeling trad op 3 april 2019 zonder overgangstermijn in werking en bevat bepaalde veiligheidseisen voor schepen die regelmatig drenkelingen aan boord nemen. De Sea-Watch 3 hoefde voorheen niet aan dergelijke eisen te voldoen en kon door de nieuwe regeling per direct niet meer uitvaren.

    Minister wel bevoegd en geen strijd met specialiteitsbeginsel

    De rechter is voorbij gegaan aan een aantal argumenten van Sea-Watch. De minister was volgens de rechter wel bevoegd om de regeling uit te vaardigen. De minister heeft ook voldoende gemotiveerd waarom zij de eisen uit oogpunt van de veiligheid van de scheepvaart noodzakelijk acht. Zodoende kan niet worden geconcludeerd dat zij haar bevoegdheden voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor deze bevoegdheden haar zijn gegeven.

    Eisen regeling onduidelijk

    De rechter heeft Sea-Watch wel gevolgd in het standpunt dat de regeling tot stand is gekomen in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur, meer in het bijzonder het rechtszekerheidsbeginsel. Dat is met name het geval omdat onduidelijk is aan welke eisen de Sea-Watch 3 precies moet voldoen.
    Zo is een bepaalde code (de SPS-Code) van toepassing verklaard die geschreven is voor nieuwe schepen terwijl de Sea-Watch 3 al 46 jaar oud is. Daarnaast zijn de eisen afhankelijk van het aantal personen aan boord van een schip. Het is onduidelijk hoe hier in dit specifieke geval mee wordt omgegaan. Van te voren is namelijk niet bekend hoeveel personen tijdens reddingsoperaties zullen worden aangetroffen. Ook heeft de Staat qua communicatie niet voldoende consequent en zorgvuldig gehandeld en had zij zich verder moeten inspannen om het overleg op gang te brengen.

  • Weduwen moeten omkoping getuigen door SPDC bewijzen

    De rechtbank heeft vandaag in tussenvonnis uitspraak gedaan in de zaak van vier weduwen van de  negen in 1995 in Nigeria ter dood veroordeelde mannen (Ogoni 9) tegen vennootschappen uit de Shell-Groep: de Nigeriaanse werkmaatschappij SPDC, de twee voormalige moedermaatschappijen en de huidige moedermaatschappij. Eiseressen worden toegelaten te bewijzen dat SPDC betrokken was bij omkoping van getuigen en dat verklaringen van deze omgekochte getuigen een rol hebben gespeeld bij de veroordeling en/of de arrestatie en detentie van hun echtgenoten.

    Protesten tegen oliewinning en veroordeling van de Ogoni 9

    Eiseressen behoren tot de bevolkingsgroep van de Ogoni, die leven in Ogoniland. Dit is een olierijk gebied in de provincie Rivers State in Nigeria. Een joint venture waarvan SPDC, de Nigeriaanse werkmaatschappij van de Shell-Groep deel uitmaakte won daar tot begin 1993 olie. Ogoni-organisaties hebben geprotesteerd tegen de manier waarop dat gebeurde en de Nigeriaanse autoriteiten hebben daar hardhandig tegen opgetreden. De Nigeriaanse autoriteiten hielden aanhangers van meer radicale Ogoni-organisaties daarvoor verantwoordelijk. In november 1995 heeft een speciaal tribunaal negen mannen (de Ogoni 9) ter dood veroordeeld in verband met betrokkenheid bij moord op de Ogoni-leiders. De echtgenoten van eiseressen zijn toen ter dood veroordeeld en zijn ter uitvoering van het vonnis opgehangen.

    Schending grondrechten

    Eiseressen houden gedaagden medeverantwoordelijk voor schendingen van grondrechten, opgenomen in de Nigeriaanse Grondwet en de African Charter of Human Rights, die uiteindelijk hebben geleid tot de dood van hun echtgenoten. Eiseressen stellen dat gedaagden daarbij een bondgenootschap vormden met de Nigeriaanse autoriteiten. Gedaagden betwisten de vorderingen.

    Stille diplomatie

    Volgens eiseressen hadden gedaagden publiekelijk hun invloed moeten aanwenden om de Nigeriaanse overheid te bewegen tot een eerlijk proces en tot clementie voor de Ogoni 9. Gedaagden volgden het proces en hebben gekozen voor stille diplomatie in contacten met Nigeriaanse functionarissen. De rechtbank heeft vastgesteld dat gedaagden in het kader daarvan informeel het recht op een eerlijk proces aan de orde hebben gesteld. Na de veroordelingen is besloten de zorg van de Shell Groep over de tenuitvoerlegging van de vonnissen over te brengen aan het Nigeriaanse staatshoofd en de Nigeriaanse ambassadeur in London. Daarna is namens de Shell Groep op humanitaire gronden een clementieverzoek gedaan. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten voor de juistheid van het standpunt van eiseressen dat gedaagden meer hadden moeten doen dan zij hebben gedaan, door zich ook publiekelijk uit te spreken en zich actiever in te zetten voor een eerlijk proces en het voorkomen van de executies. Het toepasselijk Nigeriaans recht en de grondrechten waarop eiseressen zich baseren kent geen precedenten of breed gedragen opvattingen die daarop wijzen. Voor zover gedaagden op grond van het toepasselijk Nigeriaans recht al gehouden waren tot enige interventie, hebben zij dat voldoende gedaan. De rechtbank zegt hiermee niet in algemene zin dat een onderneming in gevallen als deze stille diplomatie moet aanwenden. Het oordeel luidt dat gedaagden in deze situatie niet gehouden waren om meer te doen, zoals eiseressen betogen.

    Gestelde betrokkenheid van SPDC bij omkoping getuigen

    Eiseressen stellen dat SPDC betrokken was bij omkoping van getuigen die in de zaken tegen hun echtgenoten belastende verklaringen hebben afgelegd. Volgens de rechtbank kan dit verwijt alleen slagen (ten eerste) als komt vast te staan dat SPDC betrokken was bij de gestelde omkoping en (ten tweede) als komt vast te staan dat verklaringen van de omgekochte getuigen een rol hebben gespeeld bij de veroordeling en/of de arrestatie en detentie van de mannen. Het dossier bevat een aantal namen van getuigen die zouden zijn omgekocht en verklaringen die daarop zouden kunnen duiden. De gestelde omkoping van getuigen is destijds ook genoemd in rapporten van internationale waarnemers die het tribunaal hebben bijgewoond, zoals Human Rights Watch. Omdat gedaagden met klem iedere betrokkenheid hebben betwist, dienen eiseressen deze stellingen te bewijzen. Na de bewijslevering zal worden beoordeeld of en in hoeverre dit verwijt over betrokkenheid van SPDC bij omkoping van getuigen daadwerkelijk opgaat en wat dit betekent voor de vorderingen van eiseressen.

  • Cel- en taakstraffen voor leeghalen van bankrekeningen door phishing

    De rechtbank Den Haag heeft vier mannen en twee vrouwen veroordeeld voor hun betrokkenheid bij phishing. Twee mannen en een vrouw hebben deelgenomen aan een criminele organisatie. Zij krijgen een gevangenisstraf van 24 maanden voor het bedenken, regelen en uitvoeren van de oplichting.  De andere twee mannen en een vrouw hebben als katvanger voor de criminele organisatie gewerkt. Een van deze mannen wordt vrijgesproken van het lidmaatschap van de organisatie omdat zijn betrokkenheid bij die criminele organisatie onvoldoende is gebleken. Hij heeft wel veel auto’s opgehaald en soms ook verkocht. Hiervoor krijgt hij een taakstraf van 240 uur. De andere twee krijgen taakstraffen van 180 uur.

    ​Lagere straffen

    Als het langer dan twee jaar duurt voordat de zaak voor de rechter komt, moet de rechter de straffen verminderen. In deze zaak heeft het vijf jaar geduurd. Als de katvangers eerder waren vervolgd had de rechtbank hen geen taakstraffen maar gevangenisstraffen opgelegd. Voor het deelnemen aan de criminele organisatie had de rechtbank dan 30 maanden gevangenisstraf opgelegd in plaats van 24 maanden.

    ​Werkwijze

    In 2013 en 2014 werden klanten van de Rabobank gebeld door een vrouw die deed alsof ze een medewerkster van de Rabobank was. Zij haalde de slachtoffers over om hun inlogcodes af te geven om zo hun bankrekeningen te plunderen. Het ging om hoge bedragen, de meeste slachtoffers raakten tienduizenden euro’s kwijt. Het geld werd witgewassen door er kostbare horloges en dure auto’s van te kopen. Deze spullen werden opgehaald door katvangers.

    ​Schadevergoeding

    Alle verdachten moeten ook een schadevergoeding betalen aan verschillende slachtoffers. De vrouw die lid is geweest van de criminele organisatie moet het meeste terugbetalen: bijna € 350.000,-. De andere verdachten moeten bedragen tussen ongeveer € 19.000,- en € 88.000,- vergoeden aan de slachtoffers. Ook de Rabobank heeft om een schadevergoeding gevraagd, maar de rechtbank vindt dat de Rabobank niet duidelijk genoeg heeft uitgelegd wat de oorzaak van deze schade is. De Rabobank kan naar de civiele rechter om alsnog proberen de schade te verhalen. Dat geldt ook voor enkele andere slachtoffers die geen schadevergoeding krijgen. Volgens de rechtbank is er geen sprake van een direct verband tussen hun schade en de strafbare feiten die de verdachten hebben gepleegd.

    Ontneming

    De officier van justitie heeft de rechtbank ook gevraagd om het geld dat de verdachten  onterecht hebben verdiend af te nemen. Het gaat om de drie verdachten die veroordeeld zijn tot gevangenisstraffen. De rechtbank zal daarover op 10 mei a.s. een beslissing nemen.



  • Gevangenisstraf voor informatie lekkende beveiliger

    Een 37-jarige man is door de rechtbank Den Haag veroordeeld tot 7 maanden gevangenisstraf voor het lekken van vertrouwelijke en operationele informatie en het schenden van zijn ambtsgeheim. Ook heeft de rechtbank hem verboden om gedurende 5 jaar enig publiek ambt uit te oefenen.

    ​Geheimhouding

    De man werkte bijna vier jaar bij de Landelijke Eenheid Politie als medewerker van het IRIS team van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging. Dit team is belast met informatievergaring en observatie van Te Beveiligen Personen (TBP). Alle informatie rond de TBP valt onder strikte geheimhouding en mag onder geen enkele voorwaarde worden gedeeld met personen buiten het  team. Bij zijn aantreden als medewerker van het team heeft hij een geheimhoudingsverklaring moeten ondertekenen naast zijn al jaren geldende ambtsbelofte als politieagent. Hiermee was hij verplicht tot absoluut stilzwijgen over zijn werkzaamheden en alle informatie die hem uit hoofde van zijn functie bekend was.

    ​Schending ambtsgeheim

    In 2016 deelde hij gedurende 6 maanden toch vertrouwelijke en operationele informatie met 3 verschillende personen die niet bij het IRIS team of de politie werkten. Ook vroeg hij 3 jaar lang persoons- en adresinformatie op uit het politiesysteem voor eigen gebruik. Hij wist dat dit niet mocht en heeft hiermee zijn ambtsgeheim meermaals geschonden.

    ​Eerder veroordeeld

    Door zijn handelen maakte hij misbruik van zijn positie als politieagent. Daarmee schond hij het vertrouwen dat de maatschappij in de politie moet kunnen stellen. De man is al eerder veroordeeld voor schending van het ambtsgeheim en heeft een voorwaardelijk strafontslag gehad.
    Ook is hij net na zijn indiensttreding bij het IRIS team gewezen op zijn geheimhoudingsplicht vanwege mogelijke schendingen daarvan. Verder vind de rechtbank het bijzonder kwalijk dat de man vertrouwelijke en operationele informatie heeft gedeeld over een te beveiligen persoon.

    ​Signaal

    Vanwege de aard en de ernst van het lekken van vertrouwelijke en operationele informatie legt de rechtbank een hogere gevangenisstraf op dan geëist. Deze straf dient ook als signaal naar andere politieambtenaren in vergelijkbare posities om duidelijk te maken dat dergelijk gedrag onacceptabel is.

  • 12 jaar cel voor dodelijke schietpartij in shishalounge

    De rechtbank Den Haag heeft vandaag een 20-jarige man uit Rotterdam veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf voor het doodschieten van de 17-jarige Azad Sahin in de nacht van 7 op 8 april 2018 in een shishalounge aan de Laan van Meerdervoort te Den Haag.

    Doodslag

    Net als de officier van justitie vindt de rechtbank niet bewezen dat de verdachte met voorbedachte raad handelde. Daarom is sprake van doodslag en niet van moord.

    Ernstig feit

    De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte die avond zonder enige aanleiding bewapend met een pistool naar een volle uitgaansgelegenheid is gegaan. Vervolgens aarzelde hij niet dat pistool te gebruiken om Azad Sahin opzettelijk dood te schieten naar aanleiding van een ruzie om een ballonnetje met lachgas, dus om niets. Door dit einde van een jong leven heeft de verdachte de nabestaanden onherstelbaar leed aangedaan. Bovendien is door zijn handelen, waarbij veel omstanders aanwezig waren, de samenleving als geheel ernstig geschokt. Al deze omstandigheden bij elkaar genomen zouden een gevangenisstraf van 14 jaar rechtvaardigen.

    Persoonlijke omstandigheden

    Bij de strafoplegging kijkt de rechtbank ook naar de persoon van de verdachte. Hij wilde niet meewerken aan een onderzoek naar zijn persoon dus hij moet als toerekeningsvatbaar worden beschouwd. Dat legt geen gewicht in de schaal. Wel houdt de rechtbank er rekening mee dat de verdachte nog zo jong is en geen strafblad heeft op dit gebied. Tenslotte speelt een rol dat de verdachte, ook al was dat pas op de zitting, het feit heeft bekend en zijn verantwoordelijkheid daarvoor heeft genomen. Daarom komt de straf uit op 12 jaar, zoals de officier van justitie ook had gevorderd.

  • Staat moet opnieuw beslissen op gratieverzoek schutter Het Koetsiertje

    De Staat moet de afwijzing van het gratieverzoek van eiser herroepen en hier opnieuw op beslissen. Dat heeft de Haagse voorzieningenrechter vandaag bepaald. Eiser, veroordeeld tot levenslang, heeft in 2017 een gratieverzoek ingediend. Het Openbaar Ministerie heeft de Staat geadviseerd het verzoek af te wijzen. Het Hof Den Haag en de Reclassering hebben geadviseerd het verzoek toe te wijzen. De Staat heeft vervolgens negatief beslist. Tegen dit besluit heeft eiser een kort geding aangespannen. Volgens de voorzieningenrechter is het positieve advies van het Hof voor de Staat ‘leidend’ bij de beslissing. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen reden zijn voor afwijking van het advies. Maar die zijn er niet. Het afwijzen van het gratieverzoek is in strijd met de afspraken die met eiser en de kliniek zijn gemaakt en met Europese jurisprudentie.

    ​Afspraken

    Eiser is op 1 juli 1985 door het Hof Den Haag veroordeeld tot levenslang voor de schietpartij in café Het Koetsiertje in Delft, op 5 april 1983. Daarbij zijn zes doden gevallen en enkele personen gewond geraakt. Sinds 7 april 1983 zit eiser hiervoor vast.
    In 2001 is een afspraak gemaakt door de Staat, een tbs-kliniek en eiser, op grond waarvan hij in de kliniek behandeld wordt. Het doel van de behandeling: verantwoorde terugkeer in de samenleving. Tijdens de behandeling zijn aan eiser verloven toegekend. Vanaf eind 2016 heeft eiser ‘transmuraal verlof”: hij woont en werkt buiten de kliniek maar hij dient zich nog wekelijks te melden.

    Wel gratie volgens het Hof

    De vrijheid die eiser al heeft als gevolg van zijn verlof kan geen reden zijn om gratie te weigeren. Want ondanks die vrijheid is er nog steeds sprake van tenuitvoerlegging van een opgelegde straf. Volgens de Staat bestaat er nog een ‘matige’ kans op herhaling. Dat is niet juist. Uit deskundigenrapporten volgt dat de kans op recidive in alle opzichten laag is. Het Hof heeft in zijn advies de bijzonder ernstige aard van het misdrijf genoemd en heeft onderkend dat het leed van de nabestaanden en slachtoffers er nog steeds zal zijn. Een nieuw slachtofferonderzoek vond het Hof niet nodig. Na verloop van ruim 35 jaar vond het Hof dat er geen ruimte meer is voor vergelding. Daarom kwam het Hof tot de conclusie dat gratie verleend zou moeten worden. De Staat vindt dat de toestand van de slachtoffers zo zwaar weegt, dat het gratieverzoek is afgewezen. Dat is in strijd met de afspraken die met eiser en de kliniek zijn gemaakt en met Europese jurisprudentie.

  • Cel- en werkstraffen voor hennepteelt en witwassen

    De rechtbank Den Haag heeft vandaag vijf mannen en drie vrouwen veroordeeld voor betrokkenheid bij diverse hennepkwekerijen, witwassen, valsheid in geschrift en oplichting. Drie mannen zijn veroordeeld tot deels onvoorwaardelijke gevangenisstraffen oplopend tot 18 maanden. De anderen kregen forse werkstraffen en voorwaardelijke gevangenisstraffen. Bij het opleggen van de straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat de feiten reeds lang geleden zijn gepleegd en dat het gehele strafproces lang heeft geduurd. Eén man moet ruim € 450.000 aan de Staat betalen, dit geld heeft hij met zijn criminele activiteiten verdiend.

    Hennepkwekerijen

    Door de politie zijn in het kader van een omvangrijk onderzoek naar hennepteelt in totaal tien hennepkwekerijen ontmanteld in woningen of bedrijfspanden. De rechtbank heeft vastgesteld dat zeven van de verdachten betrokken waren bij een of meer van de hennepkwekerijen.

    Valsheid in geschrift en oplichting

    Twee verdachten zijn ook schuldig bevonden aan valsheid in geschrift door gefingeerde dienstverbanden aan te gaan om een hypotheek te kunnen krijgen en om een WW-uitkering aan te kunnen vragen. Zij hebben ook een verzekeringsmaatschappij opgelicht door met opzet hun auto in het water te rijden en deze schade vervolgens te claimen.
  • Celstraffen voor wapen- en drugsbezit

    Twee mannen van 34 en 44 jaar zijn vandaag door de rechtbank Den Haag veroordeeld tot 30 respectievelijk 18 maanden gevangenisstraf voor het bezit van vuurwapens en drugs. Het gaat onder meer om een automatisch vuurwapen, een pistool en een halve kilo cocaïne.

    Bekend

    De 44-jarige man heeft bekend dat hij de vuurwapens en drugs in de woning van zijn vriendin heeft verstopt op verzoek van een ander. Hij wilde diens identiteit niet vertellen maar de rechtbank stelde vast dat het om de 34-jarige man gaat. De rechtbank heeft dit kunnen afleiden uit onder meer afgetapte telefoongesprekken en afgeluisterde gesprekken in de penitentiaire inrichting.

    Meewegen

    Bij het bepalen van de strafmaat liet de rechtbank meewegen dat de combinatie van harddrugs en vuurwapens lijkt te passen bij drugshandel die vaak tot overlast en gewelddadige criminaliteit leidt. Het gaat dus om zorgelijke feiten. De rechtbank rekent het de 34-jarige man aan dat hij eerder voor vuurwapenbezit is veroordeeld en dat hij een ander heeft betrokken bij zijn eigen vuurwapens en drugs. Verder heeft de rechtbank meegewogen dat de 44-jarige man ernstig ziek is en gevangenisstraf voor hem daardoor zwaarder is dan voor een ander.

  • 27 maanden cel voor wapen- en munitiebezit

    De rechtbank Den Haag heeft vandaag een 29-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 27 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk voor het in bezit hebben van een automatisch wapen, meerdere pistolen en munitie. De politie trof, na een melding van de ouders van verdachte, een Micro Uzi, vijf pistolen en 151 kogelpatronen in zijn woning. De rechtbank legt de man ook een proeftijd op van twee jaar en reclasseringstoezicht.

    Ongeloofwaardige verklaring

    Verdachte ontkent op de hoogte te zijn geweest van de wapens in de berging van zijn woning. Volgens hem is het mogelijk dat visite de wapens in zijn woning heeft achtergelaten.
    De rechtbank stelt dat verdachte als enige bewoner van een woning, geacht wordt bekend te zijn met de spullen die zich in de woning en berging bevinden. In het geval dat een verdachte aangeeft niet geweten te hebben dat er bepaalde spullen in zijn woning lagen, wordt van hem een redelijke verklaring verwacht. Die redelijke verklaring heeft hij niet gegeven. De rechtbank vindt het hoogst ongeloofwaardig dat visite de wapens bij hem zouden hebben achtergelaten, zonder deze later te komen ophalen.


  • Vordering echtpaar stuit af op Wet politiegegevens

    De civiele voorzieningenrechter van de Haagse rechtbank heeft vandaag beslist dat een echtpaar niet-ontvankelijk is in zijn vordering tot afgifte van beeldmateriaal van de man in een observatiecel op het politiebureau. De Wet politiegegevens (Wpg) heeft voor dit soort vraagstukken een speciale bestuursrechtelijke procedure voorgeschreven. Voor de burgerlijke rechter is dan geen rol (meer) weggelegd. Het echtpaar had dus een procedure moeten starten bij de bestuursrechter.

    Lichamelijke schade

    Tijdens zijn verblijf in de cel in Deventer in 2010 heeft de man zichzelf verschillende keren met zijn hoofd en lichaam tegen de deur en de wand van de cel gegooid. Als gevolg hiervan heeft de man (lichamelijke) schade opgelopen. Bij de man is later een stoornis vastgesteld. Het echtpaar vindt dat de schade had kunnen worden voorkomen of beperkt als de politieagenten eerder hadden ingegrepen. Om dat te kunnen aantonen in een gerechtelijke procedure - waarin zij schadevergoeding eisen van de Politie – willen zij dat het beeldmateriaal dat in en vóór de cel van de man is gemaakt aan hen wordt verstrekt.

  • Oud-politiefunctionaris veroordeeld voor omkoping

    Een 63 jarige man is door de rechtbank Den Haag veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest omdat hij zich als politiefunctionaris heeft laten omkopen. Ook mag hij voor een periode van 5 jaar geen publiek ambt bekleden. Een 51-jarige medeverdachte kreeg 12 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk opgelegd.

    Oneervol ontslag

    Ruim tweeënhalf jaar heeft de 63-jarige man veelvuldig voor hem toegankelijke, vertrouwelijke informatie gedeeld met onder andere zijn medeverdachte. Ook heeft hij zijn geheimhoudingsplicht geschonden. De man is door de politie oneervol ontslagen.

    Geheimhoudingsplicht geschonden

    De 51 jarige medeverdachte is veroordeeld omdat hij de politieman heeft omgekocht en samen met hem de geheimhoudingsplicht heeft geschonden. De rechtbank tilt er zwaar aan dat beide mannen de integriteit van de politie in diskrediet hebben gebracht.

  • Aanzienlijke gevangenisstraffen voor groep woninginbrekers

    De rechtbank Den Haag heeft een groep woninginbrekers uit Gouda vandaag veroordeeld tot aanzienlijke gevangenisstraffen. De hoofdverdachte, een 22-jarige inwoner van Gouda, krijgt vijf jaar en zes maanden gevangenisstraf voor in totaal 23 woninginbraken. De medeverdachten krijgen straffen variërend van 16 tot 40 maanden cel opgelegd.

    Door heel Nederland

    De man reed in 2017 met zijn medeverdachten in wisselende samenstelling ’s nachts door heel Nederland om in woningen van veelal hoogbejaarde mensen in te breken. Daarbij werden niet alleen woningen met sleutelkastjes uitgezocht maar ook ramen opengebroken. De verdachten schrokken er niet van terug om in slaapkamers waar mensen lagen te slapen kasten te doorzoeken op zoek naar sieraden en andere waardevolle spullen.