Nieuws
Al het nieuws van rechtspraak.nl bij de hand!

Nieuws

Hieronder ziet u het nieuws uit de regio 's-Gravenhage
(Bron: www.rechtspraak.nl)

  • Vordering horecaondernemers afgewezen

    De voorzieningenrechter heeft vanmiddag de vordering van de eisers in het kort geding van meerdere horecaondernemers tegen de Staat afgewezen. Dat betekent feitelijk dat horecaondernemingen voorlopig gesloten moeten blijven.

    De motivering volgt binnen twee weken.

  • Kort geding horecaondernemers tegen de Staat op 20 oktober 2020 te volgen via livestream

    Op dinsdag 20 oktober 2020 om 10.30 uur behandelt de rechtbank Den Haag het kort geding van meerdere horecaondernemers tegen de Staat. De zitting kan door belangstellenden via een livestream worden gevolgd: https://streams.nfgd.nl/horecabedrijven-tegen-de-staat-om-coronamaatregelen.

    Informatie voor de media

    Voor het maken van audiovisuele opnames geldt een poolregeling. Dat betekent dat één medium toestemming krijgt om in de zittingszaal opnames te maken. Voor het gebruik hiervan maken de overige media afspraken met dat medium.
    Er wordt één fotograaf toegelaten, die aan het begin van de zitting foto’s kan maken.
    Vanwege de beperkte ruimte in de zaal en de hoeveelheid eisers is er voor schrijvende journalisten geen plaats meer beschikbaar in de zaal. De zitting kan gevolgd worden via de livestream.

    Informatie voor publiek

    De zitting kan worden gevolgd via de livestream: https://streams.nfgd.nl/horecabedrijven-tegen-de-staat-om-coronamaatregelen.

  • 18 jaar voor doodslag en poging tot moord tijdens begrafenisritueel

    De rechtbank in Den Haag heeft vandaag een 51-jarige man uit Den Haag veroordeeld voor doodslag op een 44-jarige man en poging tot moord op een 36-jarige man. De gebeurtenis vond plaats bij een Culturele Stichting aan de Kempstraat in Den Haag. Daar waren diverse personen bijeen voorafgaand aan de rituele lijkwassing van een familielid van alle betrokkenen. 

    ​Voorbedachte raad op poging tot moord

    De rechtbank vindt bewezen dat de verdachte, toen hij op het terrein van de Stichting arriveerde, het plan heeft opgevat om het 36-jarige slachtoffer te doden. Hij is op dat slachtoffer afgelopen en heeft hem met een mes in de nek gestoken. De man heeft het overleefd, maar dat was niet aan de verdachte te danken. Vanwege de voorbedachte raad is poging tot moord bewezen.

    ​Opzet op doodslag

    Direct daarna heeft de verdachte het 44-jarige slachtoffer in het hart gestoken. Daar was op dat moment geen enkele aanleiding voor. Anders dan de verdachte verklaart was er geen sprake van een aanval, bedreiging of belemmering door het slachtoffer. Daarvan is niets te zien op de camerabeelden. Het steken van het slachtoffer door verdachte moet dan ook opzettelijk zijn gebeurd, zodat doodslag bewezen is.

    Houding van de verdachte

    De verdachte heeft van meet af aan nauwelijks verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden. Op de zitting heeft hij laten weten dat niet hij, maar het 36-jarige slachtoffer, met wie hij ruzie had gehad, de echte schuldige is.

    ​De straf

    Beide feiten kenmerken zich door het toepassen van gruwelijk en redeloos geweld zonder enige aanvaardbare of zelfs maar begrijpelijke aanleiding. Door dat geweld is het 44-jarige slachtoffer, echtgenoot en vader van drie kinderen, overleden. Aan de nabestaanden is onherstelbaar leed aangedaan. Het 36-jarige slachtoffer is levensgevaarlijk verwond. De samenleving is door dit handelen geschokt. Voor de poging tot moord komt een gevangenisstraf van acht jaar in aanmerking, en voor de doodslag tien jaar. Daarom legt de rechtbank  een gevangenisstraf van 18 jaar op voor beide feiten.

  • Staat niet verplicht om gehandicapte vrouw uit vluchtelingenkamp in Syrië weg te halen

    De rechter heeft vandaag in een kort geding beslist dat de Staat niet verplicht kan worden om een Nederlands-Marokkaanse vrouw met een verstandelijke beperking en psychische en lichamelijke problemen, weg te halen uit het vluchtelingenkamp in Syrië waar zij zich bevindt.

    ​Beslissing Gerechtshof

    Eind vorig jaar besliste het Gerechtshof in Den Haag dat de Staat niet verplicht is een groep vrouwen en hun kinderen vanuit Syrië naar Nederland te halen. De Staat hoefde zich daarvoor ook niet in te spannen. De Hoge Raad heeft de beslissing van het Hof in juni 2020 bekrachtigd. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft kort daarna een zelfde beslissing genomen in een zaak van een gewonde Nederlands-Marokkaanse vrouw. Zij meende dat in haar specifieke situatie de belangenafweging anders zou moeten uitvallen. Daarin werd zij door de voorzieningenrechter echter niet gevolgd.

    ​De belangen van eiseres

    De eiseres in dit kort geding is van mening dat de belangenafweging in haar geval wel anders moet uitvallen, maar de rechter gaat daar niet in mee. De rechter vindt  de belangen van eiseres wel zeer zwaarwegend en de situatie uiterst schrijnend. De rechter concludeert dat eiseres mogelijk mede onder invloed van haar gebrekkige geestelijke conditie de keuze tot uitreizen heeft gemaakt. Daarnaast wordt aangenomen dat zij vanwege haar slechte psychische en lichamelijke situatie waarschijnlijk nog erger te lijden heeft onder de erbarmelijke omstandigheden in het kamp dan vele anderen.

    ​De belangen van de Staat rechtvaardigen zijn weigering

    De rechter vindt de belangen van de Staat echter zo zwaarwegend dat de belangenafweging toch in het voordeel van de Staat moet uitvallen. Er bestaan nog altijd grote risico’s voor de veiligheid van (Nederlandse) ambtenaren, als zij zich naar Noord-Syrië zouden moeten begeven om eiseres uit dat gebied weg te krijgen. Verder zou de Staat daartoe overleg moeten plegen met niet erkende groeperingen en entiteiten in Noord-Syrië. Dat kan niet van de Staat worden gevergd omdat daarmee schade kan ontstaan aan de internationale betrekkingen. Als de situatie in Syrië voldoende verbeterd is dan moet de Staat eiseres wel repatriëren, zo overweegt de rechter nog wel.

  • Jeugddetentie voor jongens die man mishandelden na verzoek om 1,5-meter afstand

    De rechtbank in Den Haag heeft vandaag vier jongens tussen de 15 en 19 jaar veroordeeld tot een onvoorwaardelijke jeugddetentie variërend van 38 tot 42 dagen voor het mishandelen van een man op 25 maart 2020  in Den Haag. De straf is gelijk aan de tijd die de jongens in voorarrest hebben gezeten. Daarnaast krijgen zij als bijkomende straffen een leerstraf en/of werkstraf opgelegd. Ook moeten zij aan het slachtoffer een schadevergoeding betalen.

    Geen respect

    Het slachtoffer liep met zijn vriendin aan de Laan van Wateringseveld en vroeg aan de jongens of hij er langs mocht en of ze vanwege het coronavirus afstand wilden houden. Een van de jongens ging toen heel dicht bij het slachtoffer staan. Toen het slachtoffer zijn arm strekte om hem op afstand te houden, raakte hij hem licht. Hierop begonnen de jongens het slachtoffer te slaan en werd hij, toen hij op de grond lag hard, tegen zijn hoofd, handen en lichaam geschopt. Dat het letsel relatief beperkt is gebleven, is niet aan de verdachten te danken. Ze hebben geen enkel respect getoond voor de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat de mishandeling veel impact heeft gehad. Naast lichamelijke klachten, heeft de man ook een trauma opgelopen. 

    ​Straf

    Gezien de jonge leeftijd van de verdachten vindt de rechtbank een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het voorarrest een passende straf. Ook de leerstraf vindt de rechtbank in twee van de zaken noodzakelijk. Daarnaast legt de rechtbank de jongens een proeftijd van twee jaar op. In het eerste jaar van deze proeftijd  mogen ze geen contact met de medeverdachten hebben. 

  • Farmaceut aansprakelijk voor hoge prijs geneesmiddel die zorgverzekeraar heeft vergoed

    De rechtbank in Den Haag heeft vandaag beslist dat het farmaceutisch bedrijf AstraZeneca door de opbrengsten uit de verkoop van haar geneesmiddel Seroquel® ten onrechte winst heeft gemaakt ten koste van zorgverzekeraar Menzis. Het gaat om tabletten Seroquel® in een vertraagde afgifte variant, waarbij het medicijn geleidelijk aan het lichaam wordt afgegeven. Door met een achteraf ongeldig bevonden octrooi concurrenten van de markt te weren, heeft AstraZeneca een exclusieve positie op de Nederlandse markt gehouden. Daardoor was het medicijn alleen beschikbaar voor een (relatief) hoge prijs. Menzis vergoedde deze hoge prijs aan haar verzekerden. Deze uitspraak betekent dat AstraZeneca ten koste van Menzis is verrijkt en daarom een nog nader te bepalen bedrag aan schade aan Menzis moet vergoeden.

    ​Octrooibescherming

    AstraZeneca had een octrooi dat haar (onder andere) in Nederland bescherming gaf voor het vertraagde afgifte medicijn, bestemd voor de behandeling van bijvoorbeeld schizofrenie en bipolaire stoornis. AstraZeneca was vanwege het octrooi jarenlang de enige farmaceut die met het medicijn op de markt is geweest. In 2014 heeft de Nederlandse rechter het octrooi ongeldig bevonden, waardoor het medicijn achteraf gezien onterecht is beschermd in Nederland.

    ​Handhaven octrooi

    Dat concurrenten vanwege het bestaan van een octrooi niet met concurrerende producten op de markt komen, betekent niet dat een octrooihouder meteen aansprakelijk is als dat achteraf ten onrechte blijkt te zijn geweest. Als een octrooihouder zonder meer het risico draagt voor een achteraf ongeldig bevonden octrooi, zou de prikkel om uitvindingen te blijven doen, kunnen verminderen. Dat is ongewenst omdat met het stimuleren van uitvindingen ook het algemeen belang wordt gediend.

    De rechtbank verwijt AstraZeneca in deze zaak wél dat zij één van haar concurrenten actief van de Nederlandse markt heeft geweerd door een in kort geding verkregen inbreukverbod aan die concurrent te betekenen. Met betekening wordt te kennen gegeven dat dwangsommen betaald moeten worden als de concurrent toch met het product op de markt komt. Hierdoor wordt de concurrent gedwongen zich aan het inbreukverbod te houden. Dat is volgens vaste rechtspraak onrechtmatig als zo’n (voorlopig gegeven) verbod achteraf gezien ten onrechte blijkt te zijn gegeven.

    Deze handhavingsactie van AstraZeneca heeft directe gevolgen gehad voor alle andere concurrenten op de markt. Hierdoor is, tot het moment dat het octrooi ongeldig bleek te zijn, namelijk  geen enkele concurrent met een vergelijkbaar medicijn op de markt gekomen, terwijl zij daartoe wel in staat waren en daarvoor ook alle voorbereidingen hadden getroffen.

    ​Preferentiebeleid

    Een zorgverzekeraar heeft de mogelijkheid om te kiezen welk product van een geneesmiddel dat op de markt is, wordt vergoed. De kosten spelen daarbij een belangrijke rol. Dit beleid wordt aangeduid met de term ‘preferentiebeleid’. Voor het voeren van dit beleid is een zorgverzekeraar afhankelijk van het aanbod op de geneesmiddelenmarkt.

    Menzis heeft geen preferentiebeleid kunnen voeren, omdat door de handhavingsactie van AstraZeneca geen concurrerende producten op de markt zijn gekomen. Als die er wel waren geweest, had Menzis één of meer van de goedkopere varianten kunnen kiezen en zouden de te vergoeden bedragen aan haar verzekerden aanzienlijk lager zijn geweest.

    Schade

    AstraZeneca dient het verschil te betalen tussen de hogere prijzen die Menzis vanwege de marktexclusiviteit van het medicijn heeft moeten vergoeden en de lagere prijzen die zij had kunnen vergoeden als de markt vrij was geweest en zij preferentiebeleid had kunnen voeren.


     

  • Jeugd-tbs voor dodelijke steekpartij in Alphen aan den Rijn

    De rechtbank in Den Haag heeft vandaag een 19-jarige man jeugd-tbs opgelegd voor het doodsteken van zijn neefje en het ernstig verwonden van zijn moeder en een ander neefje. Ook viel hij een voorbijganger aan met een mes.

    Psychose

    De man heeft bekend dat hij op 23 februari 2020 met een mes zijn neven en moeder heeft aangevallen. Vanwege zijn psychose dacht hij dat verschillende mensen belangrijke informatie van hem wilden afpakken en dat zij hem wilden vermoorden. Op de zitting verklaarde de man dat hij zich nooit zo angstig heeft gevoeld. Hij moest ze wel aanvallen.
    In deze psychose stak de man zijn 16-jarige neefje dood en verwondde hij zijn andere neefje en moeder zo ernstig, dat zij potentieel dodelijk letsel opliepen. Daarna viel hij een willekeurige voorbijganger aan, die zijn neergestoken neefje wilde helpen.

    Geweldsexplosie

    Volgens deskundigen heeft de man een psychische stoornis en was deze aanwezig tijdens de steekpartij. Daarom kunnen de feiten hem niet worden verweten. De rechtbank legt de verdachte daarom geen straf op. De man heeft de nabestaanden en de slachtoffers onmetelijk veel leed aangedaan, maar zijn familie begrijpt dat de steekpartij de man niet kan worden verweten en behandeling noodzakelijk is. De rechtbank spreekt over een uiterst trieste geweldsexplosie die voor alle betrokkenen levenslang voelbaar en traumatisch is.

    Jeugd-tbs

    De officier van justitie eiste op de zitting een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel (jeugd-tbs) en de rechtbank gaat hierin mee. Anders dan de Pro Justitia rapporteurs en de reclassering, vindt de rechtbank dat niet kan worden volstaan met een voorwaardelijke PIJ-maatregel. Om de problematiek van de man te behandelen, is intensieve en langdurige behandeling noodzakelijk. Het gevaar voor herhaling is anders groot. Daarom legt de rechtbank een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op.

  • Celstraf en tbs voor man die tieners neerstak in centrum Den Haag

    De rechtbank in Den Haag heeft vandaag een 36-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar en tbs met dwangverpleging. De man stak op 29 november 2019 tijdens een drukke koopavond in het centrum van Den Haag zonder enige aanleiding drie jongeren in hun rug met een mes. Ook heeft hij twee voor hem onbekende mannen, zijn moeder en stiefvader mishandeld.

    ​Littekens

    De steekpartij leidde tot grote commotie in de stad en heeft maatschappelijk gezien ook grote gevolgen gehad. Hoewel het letsel van de jongeren gelukkig beperkt is gebleven, heeft de verdachte daarmee grove inbreuk gemaakt op hun lichamelijke integriteit. Het steekincident heeft bij hen niet alleen lichamelijke, maar ook emotionele littekens veroorzaakt. Zo heeft het jongste slachtoffer een posttraumatische stressstoornis opgelopen.

    Gevangenisstraf

    De man is onderzocht in het Pieter Baan Centrum. Volgens de onderzoekers is bij de man sprake is van een ziekelijke stoornis en was hij sterk verminderd toerekeningsvatbaar tijdens de steekpartij. De opgelegde gevangenisstraf is daarom lager, dan wanneer de feiten hem wel geheel zouden kunnen worden toegerekend.

    ​Tbs met dwangverpleging

    Volgens de rechtbank moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte weer een geweldsmisdrijf zal plegen. Hij lijdt aan een ziekelijke stoornis die wordt verergerd door drugsgebruik. Eerdere behandelpogingen, zowel vrijwillig als onvrijwillig, hebben niet geholpen. De rechtbank vindt het vanuit veiligheidsoogpunt onverantwoord hem onbehandeld terug te laten keren in de maatschappij. Daarom krijgt de man, naast de gevangenisstraf van één jaar, tbs met dwangverpleging opgelegd.

  • 18 maanden cel voor mentor die ontucht pleegde met minderjarig meisje in jeugdzorginstelling

    De rechtbank in Den Haag heeft vandaag een 43-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor ontucht met een meisje van 15 jaar in een jeugdzorginstelling in Den Haag. De man was naast pedagogisch medewerker, ook de mentor van het meisje. Behalve een gevangenisstraf  legt de rechtbank hem een contactverbod op met het slachtoffer. 

    ​Achtergrond

    Volgens het meisje had zij veel contact met verdachte, omdat hij haar mentor was. Hij beloofde dingen voor haar te regelen, zoals extra verlof en extra bezoeken met haar moeder. In haar kamer voerde hij seksuele handelingen bij haar uit. Hij kwam ook in zijn vrije tijd naar de instelling om haar verlof te begeleiden. Op een avond zag een ander meisje dat verdachte het slachtoffer zoende en heeft dat de volgende dag aan haar begeleider verteld. 

    ​Zeer kwalijk gedrag

    De verdachte heeft veelvuldig en vergaand seksueel contact gehad met een meisje dat aan zijn zorg was toevertrouwd. Hij heeft hiermee een ernstige inbreuk gemaakt op haar lichamelijke en geestelijke integriteit en haar seksuele ontwikkeling in een kwetsbare periode van haar leven geschaad. Het slachtoffer zat niet voor niets in een jeugdzorginstelling. Er waren zorgen over haar ontwikkeling en een rechter heeft bepaald dat zij het beste af is in een instelling waarin door professionals voor haar wordt gezorgd. De verdachte was een van die professionals. De rechtbank vindt het zeer kwalijk dat hij misbruik heeft gemaakt van deze positie en het vertrouwen van het meisje.

  • Beleid vijf zorgkantoren voor inkoop langdurige zorg onrechtmatig

    De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft vandaag geoordeeld dat het beleid dat vijf zorgkantoren hebben vormgegeven voor de inkoop van langdurige zorg onrechtmatig is, in ieder geval voor het jaar 2021. De rechter heeft de zorgkantoren verboden de inkoopprocedures voort te zetten, tenzij zij alsnog kunnen aantonen dat met de gehanteerde tarieven in alle gevallen wordt voldaan aan de eisen die daaraan kunnen worden gesteld. Zolang daarvan geen sprake is moeten de zorgkantoren minimaal het tarief hanteren dat in 2020 is toegepast.

    ​Aanbieders van langdurige zorg tegen zorgkantoren

    68 aanbieders van verschillende soorten langdurige zorg, verspreid over heel Nederland, zijn in totaal vijf kort gedingen gestart tegen vijf zorgkantoren. Die zaken zijn door de rechtbank gezamenlijk behandeld. Deze zorgaanbieders zijn het niet eens met de wijze waarop de zorgkantoren het nieuwe inkoopbeleid voor de komende jaren hebben vormgegeven. Zij hebben met name bezwaar tegen de geboden tarieven. Die zijn volgens de zorgaanbieders niet reëel, niet kostendekkend en hiermee wordt geen recht gedaan aan de verschillen tussen zorgaanbieders in de Wlz (wet langdurige zorg). De zorgkantoren wijzen daartegenover onder meer op de uitdagingen waar zij voor staan en op hun taakstelling. Zij menen dat zij geen reële tarieven hoeven te bieden, maar dat de geboden tarieven ruim voldoende zijn om goede zorg van te kunnen leveren en rechtmatig zijn.

    ​Zorgkantoren moeten reële tarieven bieden

    De rechter is van oordeel dat de vijf zorgkantoren reële tarieven moeten bieden, omdat zij gebonden zijn aan de aanbestedingsbeginselen. De rechter stelt daarna vast wat dat betekent en overweegt dat het op de weg van de zorgkantoren ligt om te motiveren waarom daar in dit geval sprake van is.

    ​Zorgkantoren hebben niet onderbouwd dat zij daaraan voldoen

    De zorgkantoren hebben volgens de rechter niet toegelicht waarom met het gehanteerde kortingspercentage op het door de Nederlandse Zorgautoriteit vastgestelde maximumtarief nog sprake is van reële tarieven. Zij hebben ook niet onderbouwd dat de zorg in alle gevallen doelmatiger kan worden georganiseerd en dit in alle gevallen kan worden bereikt door het hanteren van een kortingspercentage van 6%. Daarbij is relevant dat er evident sprake is van wezenlijke verschillen tussen de zorgaanbieders, die werkzaam zijn in verschillende sectoren. De voorzieningenrechter volgt de zorgaanbieders in hun standpunt dat de vijf zorgkantoren per sector hadden moeten bekijken wat haalbaar is qua tarifering, in welk opzicht en in welke mate een grotere doelmatigheid kan worden bereikt en in hoeverre het vastgestelde maximum tarief zich ervoor leent om daarop een korting toe te passen. Daarbij overweegt de rechtbank dat tot een maatregel als deze echt niet anders kan worden gekomen dan op basis van deugdelijk onderzoek. Dit hebben de vijf zorgkantoren volgens de rechter nagelaten.

  • 24 maanden cel voor het schieten op Club Cobra

    Een 21-jarige man is vandaag door de rechtbank Den Haag veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf voor het beschieten van Club Cobra in Zoetermeer vorig jaar. Een 20-jarige medeverdachte is vrijgesproken.

    Meerdere beschietingen

    Op 18 en 19 oktober en 7 november 2019 kwamen er 112-meldingen binnen dat er was geschoten op Club Cobra. Volgens de rechtbank is er voldoende bewijs dat de 21-jarige verdachte betrokken is geweest bij het schietincident op 7 november. Of hij ook daadwerkelijk de schutter was is niet vast komen te staan. Uit het dossier blijkt namelijk dat er meerdere personen betrokken waren. Wel was er volgens de rechtbank een zodanige nauwe en bewuste samenwerking tussen hem en de overige personen, dat van medeplegen gesproken kan worden. Daarom kan dit schietincident hem strafrechtelijk worden verweten. 
    Voor de 20-jarige medeverdachte geldt dat niet. Er blijkt wel van enige vorm van betrokkenheid, maar dat is volgens de rechtbank onvoldoende om hem als medepleger te kunnen aanmerken. Daarom is hij vrijgesproken.

    Straf

    De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met het type wapen, een (semi) automatisch vuurwapen, waar ook daadwerkelijk mee is geschoten. Dat gebeurde in de openbare ruimte op klaarlichte dag in een dichtbevolkt gebied. Daarom komt de rechtbank uit op een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden.

    Vrijspraak

    Voor de incidenten op 18 en 19 oktober 2019 waren weliswaar sterke aanwijzingen dat de 21-jarige verdachte hierbij betrokken was, maar de rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat op die data daadwerkelijk met een vuurwapen is geschoten. Daarom wordt de man hiervan vrijgesproken.

  • Gevangenisstraf en rijontzegging voor zeer gevaarlijk rijgedrag

    De rechtbank in Den Haag heeft vandaag aan een 25-jarige man een gevangenisstraf van vier weken en een rijontzegging van een half jaar opgelegd wegens zeer gevaarlijk rijgedrag. De man reed op 8 april 2020 op de N470 in Zoetermeer in zijn auto terwijl hij lachgas gebruikte en aan het bellen was met zijn telefoon in zijn hand. Vervolgens heeft hij op een tweebaansweg meerdere keren de doorgetrokken middenstreep overschreden en is hij deels op de andere rijbaan terechtgekomen. Een tegenligger moest daardoor uitwijken om een aanrijding te voorkomen.

    ​Onverantwoordelijk

    De rechtbank vindt dat de man zich volstrekt onverantwoordelijk heeft gedragen en onaanvaardbare risico’s heeft genomen. Het is een gelukkig toeval dat niemand als gevolg van het gedrag van de verdachte zwaar letsel of erger heeft opgelopen.

    ​Nieuw artikel

    Het gedrag van de man valt onder een nieuw wetsartikel, artikel 5a van de Wegenverkeerswet. Dit artikel stelt opzettelijk en zeer gevaarlijk rijgedrag strafbaar, ook als dat zonder gevolgen is gebleven.

    Link naar mondelinge uitspaak: https://youtu.be/Yrna4T8ZntM

  • Vorderingen in adoptiezaak tegen de Staat en Stichting Kind en Toekomst verjaard

    De rechtbank heeft vandaag uitspraak gedaan in de zaak van een vrouw die in 1992 is geadopteerd uit Sri Lanka tegen de Staat en de Stichting Kind en Toekomst, de destijds betrokken bemiddelingsorganisatie. De rechtbank heeft geoordeeld dat de rechtsvorderingen van deze eiseres zijn verjaard. Er is meer dan twintig jaar verstreken sinds de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden en op grond van de regels van het recht is daarmee de termijn verstreken waarbinnen zij haar aanspraken geldend kan maken. De rechtbank wijst de vorderingen daarom af.

    Persrechter Marije Knijff licht de uitspraak toe.

    ​Achtergrond

    Eiseres is in 1992 in Sri Lanka geboren en kort daarna door haar Nederlandse (adoptie)ouders geadopteerd. Zij is sinds 2009 op zoek naar haar biologische ouders. Helaas heeft die zoektocht geen resultaat gehad. Na televisie-uitzendingen in 2017 van Zembla over misstanden bij adoptie uit Sri Lanka heeft zij de Staat en de Stichting Kind en Toekomst aansprakelijk gesteld. Volgens eiseres is zij door toedoen of nalaten van de Staat en de Stichting het slachtoffer geworden van illegale adoptiepraktijken in Sri Lanka. Zij voert aan dat haar adoptiepapieren ondeugdelijk zijn en dat haar adoptie in Sri Lanka onder dubieuze omstandigheden tot stand is gekomen.

    ​Toets

    De rechtbank moest toetsen of er in dit individuele geval reden was om een uitzondering te maken op de verjaringstermijn van twintig jaar. Mede vanwege de rechtszekerheid wordt die verjaringstermijn strikt toegepast. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan de verjaringstermijn buiten toepassing worden gelaten, maar die situatie doet zich in deze zaak niet voor. 

    ​Geen uitzondering

    De rechtbank kan op basis van de beschikbare informatie niet vaststellen of de adoptiepapieren van eiseres ondeugdelijk zijn en of zij het slachtoffer is van illegale adoptiepraktijken. Er zijn onvoldoende aanwijzingen om ervan uit te gaan dat het juist is wat zij zegt. Het lange tijdsverloop sinds 1992 maakt het nagenoeg onmogelijk om de omstandigheden waaronder zij is afgestaan alsnog te achterhalen. Het lange tijdsverloop bemoeilijkt ook het verweer van de Staat en de Stichting Kind en Toekomst. Hoezeer vanuit het oogpunt van deze individuele eiseres ook moeilijk te aanvaarden, zijn er al met al onvoldoende zwaarwegende redenen om in haar geval ten koste van de rechtszekerheid af te wijken van de verjaringstermijn.

  • Tbs met dwangverpleging voor brandstichter CBR in Rijswijk

    De rechtbank in Den Haag heeft vandaag een 39-jarige man veroordeeld tot tbs met dwangverpleging voor brandstichting in het gebouw van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) in Rijswijk.

    Gezakt

    De man is op 3 januari 2020 het gebouw van het CBR ingelopen en heeft daar meegebrachte benzine in brand gestoken. Volgens de man was hij al negen keer gezakt voor zijn rijexamen en heeft hij de brand gesticht om aandacht voor zijn situatie te vragen. De brand veroorzaakte veel materiële schade en het pand kon daardoor zes maanden niet worden gebruikt, met alle gevolgen voor medewerkers en examenkandidaten. Daarbij komt dat de brand en de rookontwikkeling ernstige of zelfs fatale gevolgen kon hebben voor de aanwezigen in het pand.

    Stoornis

    Volgens gedragsdeskundigen heeft de verdachte psychische problemen en is hij verminderd toerekeningsvatbaar. De rechtbank is het eens met die conclusie. Het is noodzakelijk dat de verdachte intensief wordt behandeld. Omdat het om een ernstig feit gaat kan de duur van de maatregel langer dan vier jaar duren. 

    Geen gevangenisstraf

    De officier van justitie heeft op de zitting drie jaar en tbs met dwangverpleging geëist. De rechtbank vindt het in het belang van de verdachte en de maatschappij dat de tbs-maatregel zo snel mogelijk begint. Daarom legt de rechtbank geen gevangenisstraf voorafgaand aan de behandeling op.

  • Minister voor Rechtsbescherming hoeft Frank P. niet toe te laten tot de re-integratiefase

    De minister voor Rechtsbescherming heeft terecht besloten dat Frank P. vooralsnog niet in aanmerking komt voor re-integratieactiviteiten. Dat heeft de voorzieningenrechter vandaag bepaald in een kort geding dat Frank P. tegen de Staat had aangespannen.

    ​Achtergrond

    Frank P. is in 1996 tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld wegens het plegen van zeven levensdelicten. Het Adviescollege Levenslanggestraften (ACL) heeft in 2019 geadviseerd om P. vooralsnog niet toe te laten tot re-integratieactiviteiten. Dit zijn activiteiten die zijn bedoeld om een levenslanggestrafte voor te bereiden op een eventuele terugkeer in de samenleving. De Minister heeft dat advies van het ACL gevolgd.

    ​Standpunt P.

    Frank P. is het niet eens met de beslissing van de minister. Volgens hem is de gevolgde procedure die tot die beslissing heeft geleid niet op alle punten zorgvuldig geweest. Zo heeft P. niet over verslagen van hoorzittingen kunnen beschikken. Daarnaast is hij het er niet mee eens met dat door het ACL wordt geëist dat hij praat over alle zeven delicten, nu hij 6 ervan ontkent te hebben gepleegd. Volgens P. wordt hiermee in strijd met artikel 3 EVRM gehandeld.

    ​Negatief advies terecht gegeven

    De voorzieningenrechter oordeelt dat het advies in de zaak van P. niet onzorgvuldig of onjuist is. Uit het advies volgt dat de hoorzittingen geen beslissende rol hebben gespeeld in het advies om hem niet tot re-integratieactiviteiten toe te laten. Stukken van het onderzoek van P. in het Pieter Baan Centrum en het reclasseringsrapport over hem heeft hij wel vooraf ontvangen. Juist die stukken zijn bepalend geweest voor het eindoordeel. Er is met name een negatief advies gegeven, omdat P. zich bij het onderzoek door het Pieter Baan Centrum en de Reclassering terughoudend heeft opgesteld en niet of nauwelijks wilde praten over zichzelf, zijn sociale netwerk en zijn toekomstplannen. Hierdoor zijn de onderzoeken beperkt gebleven en hebben de onderzoekers geen uitspraak kunnen doen over de aan- of afwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis en recidiverisico. Uit het advies blijkt duidelijk dat het ACL alleen al hierom heeft geadviseerd P. nog niet voor re-integratieactiviteiten in aanmerking te laten komen. De voorzieningenrechter acht dit advies in het licht van de verrichte onderzoeken zonder meer begrijpelijk. Overigens zal binnen twee jaar opnieuw door het ACL moeten worden beoordeeld of P. alsnog kan worden toegelaten tot de re-integratiefase.