Nieuws
Al het nieuws van rechtspraak.nl bij de hand!

Nieuws

Hieronder ziet u het nieuws uit de regio 's-Gravenhage
(Bron: www.rechtspraak.nl)

  • Uitspraak in geschil tussen Stichting e-Court en de Raad voor de rechtspraak: geen schikkingsovereenkomst

    De rechtbank in Den Haag heeft vandaag uitspraak gedaan in een zaak tussen Stichting e-Court en de Raad voor de rechtspraak. Volgens e-Court heeft de Raad voor de rechtspraak uit concurrentiemotieven haar werkzaamheden als online geschillenbeslechter onmogelijk gemaakt, waardoor e-Court schade heeft geleden. De Raad voor de rechtspraak is het daar niet mee eens. E-Court en de Raad voor de rechtspraak hebben geprobeerd om tot afspraken te komen om hun geschil te beëindigen. Volgens e-Court is dit gelukt en is een schikking bereikt en daarom vorderde e-Court bij de rechtbank dat de Raad voor de rechtspraak wordt veroordeeld om de gemaakte afspraken na te komen.

    Geen schikking

    De rechtbank heeft de vorderingen van e-Court afgewezen. De rechtbank oordeelt dat e-Court en de Raad voor de rechtspraak geen schikking hebben bereikt. Hoewel duidelijk is dat partijen met elkaar in constructief overleg waren en stappen in elkaars richting hebben gezet, hebben ze op geen van de voor hen essentiële punten van een schikking  overeenstemming bereikt. Definitieve afspraken waaraan de Raad voor de rechtspraak tegenover e-Court gebonden is, zijn er daarom niet. 

  • Vordering Privacy First tot buitenwerkingstelling ANPR-regelgeving afgewezen

    De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft vandaag uitspraak gedaan in de zaak van de stichting Privacy First tegen de Staat. Deze zaak gaat over de regelgeving die het vastleggen en bewaren van kentekengegevens door middel van Automatic Number Plate Recognition (ANPR) mogelijk maakt. Privacy First eiste dat de 'Wet ANPR' en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving buiten werking worden gesteld. Volgens Privacy First is deze regelgeving in strijd met Europese regelgeving.

    De voorzieningenrechter heeft de vordering van Privacy First wegens gebrek aan spoedeisend belang afgewezen. Om een vordering in kort geding te kunnen instellen is vereist dat er een spoedeisend belang bestaat bij het treffen van een voorziening zoals Privacy First die vraagt. De ANPR-regelgeving is al op 1 januari 2019 in werking getreden. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die ondanks het tijdsverloop van ruim tweeënhalf jaar niettemin een spoedeisend belang opleveren.  Daarom komt de voorzieningenrechter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering van Privacy First.

  • Vordering Farmers Defence Force tegen Kaag afgewezen

    Vandaag heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak van de Stichting en de Vereniging Farmers Defence Force tegen Sigrid Kaag. De zaak gaat over uitlatingen van Kaag in het programma Nieuwsuur, in een publicatie van het ANP en in een LinkedIn bericht. Farmers Defence Force stelt dat deze uitlatingen onrechtmatig zijn en vorderen in totaal een bedrag van € 30.000,- als immateriële schadevergoeding. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen. 

    Achtergrond

    Kaag deed de uitspraken in de uitzending van Nieuwsuur op 26 januari 2021. Die uitzending stond in het teken van de avondklokrellen van eind januari 2021. De Stichting en de Vereniging stellen dat Kaag in strijd met de waarheid heeft gezegd dat Farmers Defence Force zich schuldig heeft gemaakt aan of betrokken is geweest bij het omverrijden van hekken en bedreiging van journalisten. Zij vinden dat hierdoor de eer en goede naam van Farmers Defence Force is aangetast en dat Kaag zich niet kan beroepen op de vrijheid van meningsuiting. Volgens Kaag heeft zij geen onwaarheden verteld. De uitspraken zijn gedaan in een bredere context, namelijk het publieke debat over de avondklokrellen en zij heeft Farmers Defence Force als voorbeeld genoemd en uitgesproken dat er van een politieke normering geen sprake meer is.

    Uitlatingen niet onrechtmatig

    De kantonrechter heeft geoordeeld dat de uitlating van Kaag in Nieuwsuur voldoende feitelijke grondslag heeft en daarom niet onrechtmatig is. Dat op 1 en 16 oktober 2019 door protesterende boeren hekken zijn omgereden staat vast. Ook staat vast dat journalisten hebben gezegd dat zij zich bedreigd voelen door leden van Farmers Defence Force. De protestorganisatie Farmers Defence Force was (mede)organisator van de protesten en heeft met stevige taal opgeroepen om aan die protesten deel te nemen. Farmers Defence Force heeft zich niet publiekelijk van de gedragingen van de achterban gedistantieerd.

    Publieke debat

    Van belang is verder dat Kaag de uitlating heeft gedaan als politicus in het kader van het publieke debat. Een politicus komt, ook buiten het parlementaire debat, een grote mate van vrijheid toe wanneer het gaat om het voeren van het maatschappelijke debat en het daarbij aan de kaak stellen van misstanden.

    De kantonrechter overweegt verder dat Kaag in het interview met ANP en het LinkedIn bericht spreekt over boeren en Farmers Defence Force niet noemt. Deze uitlatingen zijn alleen al om die reden niet onrechtmatig tegen de Stichting en de Vereniging.

  • Vorderingen over handelsvergunning BioNTech/Pfizer, Moderna, AstraZeneca en Janssen en adviezen Gezondheidsraad afgewezen

    De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van drie eisers om de Staat te bevelen ervoor te zorgen dat de handelsvergunningen van de “immunotherapieën" van BioNTech/Pfizer, Moderna, AstraZeneca en Janssen worden geschorst, afgewezen bij gebrek aan belang. Eisers hebben ook geen belang bij hun vordering om de Staat te bevelen een aantal adviezen van de Gezondheidsraad over die “immunotherapieën" in te trekken of te herzien en evenmin bij hun eis gericht tegen negen leden van een Commissie van de Gezondheidsraad persoonlijk hun steun aan 12 van die adviezen in te trekken. Ook die vorderingen zijn daarom afgewezen.

    Voor zover eisers rechtstreeks in hun belangen worden getroffen door concrete (corona)maatregelen/besluiten van de Staat, kunnen zij daartegen in rechte opkomen. Dat doen zij in deze procedure echter niet. Zij hebben daarom geen belang bij toetsing van adviezen van de Gezondheidsraad waarop die besluiten of maatregelen mogelijk zijn gebaseerd en evenmin bij schorsing van de handelsvergunningen. Daar komt bij dat een inhoudelijke toetsing van adviezen van de Gezondheidsraad, waarin vele medische en/of ethische aspecten aan de orde komen, het beperkte bestek van een kortgedingprocedure ver te buiten gaat.

    Omdat de adviezen worden uitgebracht in naam van de Gezondheidsraad, kunnen de Commissieleden door eisers niet persoonlijk in rechte op de inhoud van deze adviezen worden aangesproken. 

    Bovendien kan de Staat niet zelfstandig bewerkstelligen dat de vergunningen worden geschorst. Dit kan alleen de Europese Commissie, die de handelsvergunningen ook heeft verstrekt.

  • Drie jaar cel en tbs voor doodsteken moeder in Den Haag

    De rechtbank in Den Haag heeft vandaag een 33-jarige man voor doodslag veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. De man meldde zich op 19 augustus 2019 op het politiebureau Laak, waar hij verklaarde dat hij zijn moeder had doodgestoken. Onderzoek wees uit dat de verdachte zijn moeder in hun woning na onenigheid over zijn wietgebruik met messteken om het leven had gebracht. De rechtbank vindt niet bewezen dat de verdachte met  voorbedachten rade heeft gehandeld. Zij heeft hem daarom vrijgesproken van moord.

    Zelfverdediging?

    Volgens de verdachte heeft hij zichzelf verdedigd tegen zijn moeder die hem met het mes zou hebben aangevallen. De rechtbank gelooft dit niet.  In zijn eerste verklaringen op het politiebureau heeft de verdachte niets gezegd over een aanval door zijn moeder. Hij heeft alleen verteld dat hij op zijn moeder begon in te slaan en haar daarna met een mes heeft doodgestoken. De verdachte kan daarom geen beroep doen op noodweer of noodweerexces, de situatie waarin hij zich heeft mogen verdedigen maar daarbij te ver is gegaan. 

    Gevangenisstraf en tbs

    De verdachte is onderzocht door een psycholoog en psychiater. De rechtbank volgt hun advies dat hij lijdt aan schizofrenie en vindt hem verminderd toerekeningsvatbaar. Ook volgt zij het advies dat de noodzakelijke behandeling van de verdachte alleen kan plaatsvinden als tbs met dwangverpleging wordt opgelegd. Daarnaast legt de rechtbank een gevangenisstraf van drie jaar op. Deze gevangenisstraf is fors lager dan normaliter voor doodslag wordt opgelegd. De reden daarvoor is dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is  en de deskundigen hebben geadviseerd de behandeling zo snel mogelijk te laten starten.

  • Uitspraken in zaken interlandelijke adoptie

    Vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan in twee zaken die gaan over interlandelijke adoptie. De ene zaak gaat over de adoptie van een vrouw vanuit Bangladesh. De vorderingen van deze vrouw worden afgewezen. De andere zaak gaat over de illegale adoptie van een man vanuit Brazilië. De rechtbank wijst in die zaak de vorderingen gedeeltelijk toe.  

    Adoptie vanuit Bangladesh

    De vrouw is in 1976 vanuit Bangladesh in Nederland geadopteerd. Zij verwijt Wereldkinderen, Terre des Hommes Nederland en de Staat dat zij eraan hebben meegewerkt dat haar biologische moeder onder valse voorwendselen afstand van haar heeft gedaan. Ook hebben zij volgens haar onvoldoende gedaan om de misstanden bij interlandelijke adopties vanuit Bangladesh, waaronder die van haar, goed te onderzoeken en haar hierover te informeren.

    Wereldkinderen en Terre des Hommes Nederland hebben een beroep gedaan op verjaring. Omdat het meer dan twintig jaar geleden is dat de vrouw is geadopteerd, zijn de vorderingen van de vrouw verjaard. Daarop wordt in de zaak van deze vrouw geen uitzondering gemaakt, omdat op basis van de beschikbare informatie niet kan worden aangenomen dat de vrouw tegen de wil van haar biologische moeder ter adoptie is afgestaan en dat zij niet volgens de geldende regels naar Nederland is overgebracht. Ook heeft de vrouw te lang gewacht met de aansprakelijkstelling van Wereldkinderen en Terre des Hommes.

    De Staat heeft aanvankelijk ook een beroep gedaan op verjaring. Nadat een onafhankelijke commissie onderzoek interlandelijke adoptie (COIA) in februari 2021 rapport had uitgebracht van een onderzoek naar mogelijke misstanden bij interlandelijke adopties en de rol van de Nederlandse overheid daarbij, heeft de Staat het beroep op verjaring laten vallen. De rechtbank heeft de vorderingen van de vrouw tegen de Staat daarom wel inhoudelijk beoordeeld.

    De rechtbank oordeelt dat de Staat niet aansprakelijk is tegenover de vrouw. Er kan niet worden vastgesteld dat de Staat een fout heeft gemaakt toen de vrouw naar Nederland kwam om geadopteerd te worden of heeft gefaald in het houden van toezicht op adoptie vanuit Bangladesh. Omdat er niet genoeg aanknopingspunten voor misstanden in verband met adoptie vanuit Bangladesh waren, kan de Staat ook niet worden verweten dat hij geen onderzoek heeft gedaan naar de omstandigheden waaronder de vrouw is geadopteerd.

    Illegale adoptie vanuit Brazilië

    De man is kort na zijn geboorte in 1980 illegaal geadopteerd vanuit Brazilië. In 1981 is een landelijk strafrechtelijk onderzoek gestart naar illegale adopties vanuit Zuid-Amerika, het Brazil Baby Affair-onderzoek (BBA-onderzoek). Uit dit onderzoek bleek dat de man en nog 41 kinderen uit Brazilië illegaal waren geadopteerd. De man raakte hiervan op de hoogte in de loop van zijn zoektocht naar zijn biologische ouders en de omstandigheden rondom zijn adoptie. 

    De man heeft alleen de Staat gedagvaard. Hij verwijt de Staat onder meer dat de Staat heeft nagelaten om ervoor te zorgen dat de man zijn afkomst kon kennen. De Staat heeft na het COIA-rapport ook in deze zaak zijn beroep op verjaring laten vallen.

    De rechtbank oordeelt dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de man. Volgens de rechtbank is de Staat het door artikel 8 EVRM beschermde recht van de man om zijn afkomst te kunnen kennen uit het oog verloren. Toen de Staat er in het kader van het BBA-onderzoek achter kwam dat de juridische ouders van de man hem illegaal hadden geadopteerd, heeft de Staat niets gedaan om ervoor te zorgen dat de man zijn afkomst zou kunnen kennen, terwijl de Staat dat wel had kunnen en moeten doen. In een afzonderlijke procedure moet worden beslist welke schade de man heeft geleden en wat de hoogte van die schade is. 

    Verschillen in zaken over interlandelijke adoptie

    Vorig jaar deed de rechtbank uitspraak in een zaak van een vrouw die in 1992 is geadopteerd vanuit Sri Lanka. De rechtbank heeft de vorderingen van die vrouw afgewezen omdat haar vordering was verjaard.

    Hoewel al deze zaken onder de noemer 'interlandelijke adoptie' vallen, beoordeelt de rechtbank iedere zaak op basis van de feiten en geschilpunten die tussen de partijen in die zaak spelen en die per zaak verschillen. Het meest belangrijke verschil tussen de zaken die gaan over de interlandelijke adopties uit Sri Lanka en Bangladesh en de zaak van de man uit Brazilië, is dat in die laatste zaak vast staat dat de man het slachtoffer is geworden van een illegale adoptie en dat de Staat daarvan op de hoogte was. In de andere twee zaken heeft de rechtbank op basis van de beschikbare informatie in die procedures niet kunnen aannemen dat de betrokken eiseressen illegaal zijn geadopteerd.

  • Livestream rechtszaak stichting Privacy First tegen de Staat

    Op woensdag 10 november 2021 om 11.00 uur behandelt de rechtbank Den Haag het kort geding van stichting Privacy First tegen de Staat over wetgeving inzake automatische nummerplaatherkenning (ANPR). Volgens eisers worden onder deze wetgeving de kentekens van miljoenen auto's in Nederland vier weken in een centrale politiedatabank opgeslagen voor opsporing en vervolging, ongeacht of men ergens van verdacht wordt. Dit is volgens eisers niet noodzakelijk, disproportioneel en ineffectief. Privacy First wil de ANPR-wetgeving buiten werking laten stellen wegens strijd met Europees privacyrecht.

    Livestream

    De zaak kan door alle belangstellenden via een livestream worden gevolgd: https://streams.nfgd.nl/privacy-first-tegen-de-staat-over-anpr-wetgeving.

    Informatie voor de media

    Door de coronamaatregelen is de ruimte in de zittingszaal beperkt. Voor het maken van audiovisuele opnames geldt daarom een poolregeling.
    Er kan een beperkt aantal journalisten plaatsnemen in de zaal. Wij raden journalisten aan de zittingen te volgen via de livestream.
    Journalisten die toch aanwezig willen zijn kunnen zich tot uiterlijk a.s. dinsdag 9 november 2021 tot 12:00 uur aanmelden bij de afdeling voorlichting van de rechtbank Den Haag. Een plek in de zittingszaal kan niet worden gegarandeerd.

    Informatie voor publiek

    Overige belangstellenden kunnen de zaak volgen via de livestream.

  • 5 jaar cel voor langdurig seksueel misbruik eigen kinderen

    De rechtbank Den Haag heeft vandaag een 53-jarige man uit Nieuwerbrug aan den Rijn veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaar voor het langdurig seksueel misbruiken van zijn minderjarige zoon en dochter.

     

    Achtergrond

    In mei 2020 maakten de kinderen in een gesprek met het crisisinterventieteam van de GGD melding van het misbruik. De man zou zijn dochter van haar 5de tot haar 15de jaar seksueel hebben misbruikt door haar een groot aantal keren te dwingen tot het seksuele handelingen met hem. Het misbruik van de zoon zou hebben plaatsgevonden van zijn 4de tot zijn 13de jaar.

    ​Onvoorwaardelijke celstraf

    De verdachte heeft een deel van de tenlastegelegde handelingen bekend en een deel ontkend. De officier van justitie vindt de ontkenning van de verdachte niet geloofwaardig en eiste een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaar. De rechtbank vindt de verklaringen van de kinderen betrouwbaar en vindt alle tenlastegelegde handelingen bewezen en legt de man daarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van vijf jaar, conform de eis van de officier. De rechtbank weegt in het bijzonder mee dat het de verantwoordelijkheid van een ouder is om zijn of haar kind een veilige en geborgen omgeving te bieden waarin het kan opgroeien tot een volwassene. De verdachte heeft hierin evident gefaald. Hij heeft met zijn handelen een bijzonder ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en het vertrouwen dat zij in hem mochten stellen en de veiligheid die zij van hem mochten verwachten, op ernstige wijze beschaamd en veronachtzaamd.

  • Gevangenisstraffen van elf jaar voor dodelijke steekpartij Scheveningse Pier

    De rechtbank Den Haag heeft vandaag twee mannen van 21 jaar uit Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaar voor hun betrokkenheid bij de dodelijke steekpartij op de Scheveningse Pier waarbij een negentienjarige jongen is overleden.

    Confrontatie

    Op 10 augustus 2020 was er een confrontatie tussen twee groepen, één uit Rotterdam en één uit Amsterdam. Deze confrontatie hing samen met een langer lopend conflict in de zogenaamde 'drillrapscene'. Een rapper uit Rotterdam had via social media de groep uit Amsterdam een dag eerder uitgedaagd om de 'beef', een conflict, te regelen op een locatie tussen Rotterdam en Amsterdam. Vanuit de Amsterdamse groep werd via social media Scheveningen als locatie doorgegeven.

    Medeplegen van doodslag

    Volgens de rechtbank hebben de verdachten het slachtoffer samen van het leven beroofd. Eén verdachte heeft het slachtoffer met een groot mes in zijn hart gestoken en zo de dodelijke steekwond veroorzaakt. De andere verdachte heeft hem met een mes in zijn buik gestoken. De rechtbank gaat ervan uit dat de verdachten ook allebei op de hoogte waren van dat conflict en daar die dag volop mee bezig waren. Met deze wetenschap zijn zij, kennelijk in het bezit van wapens, naar De Pier gegaan. Zodra de Rotterdamse rapper met een groep jongens (waaronder het slachtoffer) De Pier op kwam lopen ontstond een confrontatie. De verdachten gingen in gevechtshouding staan en er kwamen direct een handschoen en een mes tevoorschijn. Toen het slachtoffer langs hen wegrende hebben zij hem bijna gelijktijdig gestoken. De rechtbank houdt beide verdachten dan ook verantwoordelijk voor de dood van het slachtoffer en vindt medeplegen van doodslag bewezen. Na het steekincident zijn de verdachten samen weggegaan en hebben de messen in een prullenbak gegooid. De rechtbank gelooft niet dat de verdachten een dagje gezellig wilden chillen en dat één van de verdachten uit noodweer handelde. 

    Zorgelijk

    Bij de straf is meegenomen dat de verdachten de confrontatie bewust zijn aangegaan en op geen enkel moment oog hebben gehad voor het leed van het slachtoffer en het grote verdriet dat zijn nabestaanden is aangedaan. De raps van één van de verdachten hebben nog steeds een uiterst gewelddadig karakter en baren extra zorgen. Ook benadrukt de rechtbank hoe zorgelijk het is dat steeds meer jongeren binnen de drillrapscene messen en machetes bij zich dragen en deze met groot gemak gebruiken. De rechtbank heeft er verder nog rekening mee gehouden dat het om een steekpartij ging op klaarlichte dag op een toeristische plek, waar veel omstanders ongewild toeschouwer van zijn geweest.

  • Livestream rechtszaak Viruswaarheid tegen de Staat

    Op maandag 8 november 2021 om 11.00 uur behandelt de rechtbank Den Haag het kort geding van Stichting Viruswaarheid e.a. tegen de Staat e.a. 
    Stichting Viruswaarheid e.a. eisen de Staat te bevelen de handelsvergunning voor de corona-vaccins in te trekken, de Gezondheidsraad te bevelen adviezen over deze vaccins in te trekken dan wel te herzien en de leden van de Gezondheidsraad te bevelen hun steun aan die adviezen te herroepen.

    Livestream

    De zaak kan door belangstellenden via een livestream worden gevolgd: https://streams.nfgd.nl/kort-geding-viruswaarheid-cs-tegen-de-staat-cs-inzake-vaccinatiecampagne

    Informatie voor de media

    Journalisten die aanwezig willen zijn kunnen zich tot uiterlijk a.s. vrijdag 5 november 2021 12:00 uur aanmelden bij de afdeling voorlichting van de rechtbank Den Haag.

  • 10 jaar cel en tbs voor doodsteken ex-vriendin in Leidschendam

    Een 35-jarige man uit Amsterdam is door de rechtbank Den Haag veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging voor het doodsteken van zijn ex-vriendin op 31 juli 2020 in Leidschendam.

    ​Achtergrond

    De verdachte is twee dagen nadat het slachtoffer hun relatie had beëindigd naar haar toe gegaan en heeft haar op het balkon van haar woning doodgestoken. Het strafdossier bevat diverse aanwijzingen dat de man met een vooropgezet plan naar de woning van het slachtoffer is gegaan. Onder meer staat vast dat hij het slachtoffer vrijwel meteen na binnenkomst in haar woning heeft aangevallen en daarna doodgestoken. Dat hij het slachtoffer in een opwelling zou hebben gedood,  zoals door de verdediging is aangevoerd, vindt de rechtbank gelet op alle aanwijzingen voor een plan niet aannemelijk.

    ​Verminderd toerekeningsvatbaar

    Op grond van de opgestelde rapporten en de adviezen over de psychische gesteldheid van de man, stelt de rechtbank vast dat hij een ernstige vorm van autismespectrumstoornis heeft die van grote invloed is geweest op zijn daden. Om die reden is geoordeeld dat hij verminderd toerekeningsvatbaar is.

  • Negen jaar cel voor doodslag vrouw in Noordwijk

    De rechtbank in Den Haag heeft vandaag een 25-jarige man veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor het doodsteken van zijn destijds 33-jarige vriendin in haar woning aan de Abraham van Royenstraat in Noordwijk in februari van dit jaar.

    Achtergrond

    Volgens de man hadden hij en het slachtoffer die avond ruzie gehad. Van de steekpartij kan hij zich naar eigen zeggen niets herinneren. Hij heeft zelf 112 gebeld en de deur voor de politie geopend. De vrouw is kort na aankomst van de hulpdiensten aan haar verwondingen overleden. Er zaten meerdere steekwonden in haar rug. De man was die avond zwaar onder invloed van alcohol.

    Geluidsopname

    De ruzie tussen beiden is opgenomen op de mobiele telefoon van het slachtoffer en de geluidsopname duurt tot aan het moment dat de hulpdiensten arriveren. De rechtbank heeft op grond van die opname vastgesteld dat de man degene moet zijn geweest die het slachtoffer heeft gestoken.

    Straf

    De man is onderzocht door een psycholoog en een psychiater. Volgens hen hebben aanhoudende relatieproblemen tussen hem en het slachtoffer een belangrijke rol bij het incident gespeeld als ook zijn alcoholgebruik die avond. Een deskundig oordeel over de mate van toerekeningsvatbaarheid is niet te geven. De rechtbank ziet geen aanleiding om de man niet strafbaar te achten.

    De straf die de rechtbank oplegt is gelijk aan de eis van de officier van justitie. Daarnaast wordt een schadevergoeding van ruim 17.000 euro toegekend aan de moeder van het slachtoffer.

  • Drie uitdagingen voor ambtelijk vakmanschap en integriteit

    Ambtenaren zijn het gezicht en het geweten van de democratische rechtsstaat. Bij de uitvoering van hun werk houden ze rekening met beleid, richtlijnen, rechtspraak en tradities. Dat helpt hen bij het voorkomen van willekeur en ongelijkheid. Soms echter veroorzaakt dat beleid, die rechtspraak, veroorzaken die richtlijnen en tradities juist onrecht. Wat verhindert ambtenaren bij elk van de staatsmachten om op een rode knop te drukken als de relatie tussen de kwetsbare burger en het recht onder druk dreigt te komen?

    Iris van Domselaar, rechtsfilosoof aan de Universiteit van Amsterdam ziet vanuit haar vakgebied drie uitdagingen voor de individuele ambtenaar die te maken krijgt met dilemma's die raken aan werkethiek en integriteit.

    Rechtsbegrip

    Allereerst wijst Van Domselaar op het dominante rechtsbegrip: 'Dit rechtsbegrip gaat uit van de binaire tegenstelling rechtmatig – onrechtmatig. Als iets het stempel rechtmatig krijgt, hoeven we ons als juristen geen zorgen meer te maken, zo lijkt het idee. Hierdoor zijn juristen weinig getraind om oog te hebben voor de morele kosten van rechtstoepassing, voor de scherven die juridische keuzes veroorzaken.'

    Rol

    Daarnaast zijn juristen, aldus Van Domselaar, geneigd om louter te denken vanuit de rol die zij innemen; de rol van wetgevingsjurist, openbaar aanklager, advocaat of rechter: 'Zij kunnen die rol gaan zien als vaststaand gegeven, onafhankelijk van een eigen idee over waartoe de specifieke rol dient en wat dit betekent in een concreet geval. Dit onpersoonlijke rol-denken vormt een obstakel om als persoon een verantwoordelijke keuze te maken op basis van een eigen morele inschatting van de situatie.'

    Eufemismen

    En tenslotte verwijst Van Domselaar naar de sociale psychologie: “Mensen zijn geneigd om de keuzes die zij maken en die gebruikelijk zijn in hun -professionele- omgeving te rationaliseren. Ze adviseert professionals hier op te letten omdat zij vaak voor lastige dilemma's komen te staan en juist dan rationalisatie op de loer ligt. Als er bijvoorbeeld in bepaalde situaties gebruik gemaakt wordt van eufemismen, zoals 'belastingoptimalisatie', dan moet er een belletje gaan rinkelen. Zijn we hier bewust of onbewust een lastig dilemma  aan het ontkennen of maskeren?

    Herkenning

    Onlangs organiseerde het Trias Project twee informele gesprekken die werden ingeleid en begeleid door Van Domselaar over ambtelijk vakmanschap en integriteit, waarin ambtenaren uit verschillende staatsmachten en Hoge Colleges van Staat met elkaar onderzochten hoe zij met prangende dilemma's om kunnen gaan en welke drempels eraan in de weg staan om tegen de gevestigde normen in te gaan. De deelnemers herkenden de drie uitdagingen die Van Domselaar schetste.

    Heel zeker weten

    Gecombineerd met de alledaagse werkdruk, de alledaagse politieke druk en de alledaagse mediadruk maken deze drie factoren het ingewikkeld voor ambtenaren uit de verschillende staatsmachten om tegengas te geven en tegen de gevestigde normen in te gaan of twijfels intern aan de orde te stellen. “Je moet wel heel zeker weten dat er sprake is van onrecht, voor je dit gaat aangeven bij je leidinggevende en hem of haar vraagt dit te escaleren tot het hoogste niveau in de organisatie", aldus één van de deelnemers. “Bovendien kost tegenspraak tijd: je moet haarfijn uitzoeken hoe het precies zit. En in veel gevallen is snelheid ook een vorm van kwaliteit. Mensen zijn erbij gebaat dat ze snel een antwoord krijgen op hun vraag, een uitspraak in hun zaak", aldus een ander.

    Steen omkeren

    'Organiseer in het eigen werkproces voldoende momenten waarop je tegenspraak kunt krijgen. Zodat kritische geesten meekijken en elke steen een paar keer omgekeerd is', adviseerde een deelnemer. 'Dat vraagt een organisatiecultuur waarin tegenspraak loont en gewaardeerd wordt, zodat je als individuele ambtenaar niet de naam krijgt een lastpak te zijn', vond een ander. 'Jonge mensen, kersvers van de universiteit kunnen vaak haarfijn de vinger op de zere plek leggen. En aan de top zitten mensen met macht. Hoe zorgen we ervoor dat die twee elkaar ontmoeten en versterken zodat je zo'n cultuur krijgt waarin tegenspraak loont?' vroeg iemand zich af. Nieuwsgierigheid en de bereidheid om te luisteren naar anderen binnen en buiten de eigen staatsmacht zijn, aldus de deelnemers, belangrijke ingrediënten voor een oprechte reflectie op het eigen handelen. 

  • Jeugddetentie en PIJ-maatregel voor dodelijke steekpartij in Rijswijk

    De rechtbank in Den Haag heeft vandaag een 17-jarige jongen veroordeeld tot 15 maanden jeugddetentie en de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ) voor doodslag en bedreiging. De jongen stak in februari vorig jaar een 26-jarige man neer met een mes aan het Julialaantje in Rijswijk. Het slachtoffer overleed na vier dagen in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. De rechtbank vindt doodslag op de 26-jarige man en bedreiging van een andere man in Rijswijk bewezen.

    Achtergrond

    De verdachte was van plan het slachtoffer te beroven, maar het slachtoffer verzette zich. Toen het slachtoffer probeerde weg te lopen heeft de verdachte hem met een mes in zijn rug gestoken. Een paar dagen eerder heeft hij ook een andere man met een mes bedreigd.

    Sterk verminderd toerekeningsvatbaar

    Volgens het OM had  de verdachte 'vol' opzet op de dood van het slachtoffer maar de rechtbank vindt bewezen dat hij voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer. Het is niet voldoende vast komen te staan dat de verdachte de gevolgen van zijn handelen uitdrukkelijk heeft gewild en heeft kunnen overzien en het slachtoffer dus echt heeft willen doden. De rechtbank neemt wel aan dat de verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard en dus voor lief heeft genomen dat het slachtoffer als gevolg van de messteek zou komen te overlijden.
    De rechtbank heeft meegewogen dat de psycholoog en de psychiater de verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar achten.

    ​Leed nabestaanden

    De verdachte heeft een einde gemaakt aan het leven van een jonge man van 26 jaar. Hij heeft hierdoor onherstelbaar leed toegebracht aan de dierbaren van het slachtoffer. Zij zullen hier de rest van hun leven mee geconfronteerd blijven. De rechtbank realiseert zich dat geen enkele straf recht doet aan dit leed.

  • Geen straf na poging zware mishandeling: noodweer

    De rechtbank Den Haag heeft vandaag uitspraak gedaan in een strafzaak van vier jonge verdachten. Ze werden verdacht van (poging) zware mishandeling op 17 december 2020 in Hazerswoude-Rijndijk. De rechtbank oordeelt dat drie jongens geen straf krijgen omdat zij hebben gehandeld uit noodweer. Zij mochten zichzelf verdedigen tegen de aanval van de vierde verdachte. Deze jongen krijgt een voorwaardelijke jeugddetentie van twee maanden en daarnaast moet hij zich laten behandelen voor zijn gedrag.

    Achtergrond

    De nu veroordeelde jongen had een van de anderen al vaker bedreigd. Hij had via Whatsapp gedreigd dat hij deze jongen een mes in het hoofd zou steken. Meteen daarna is hij naar het huis gegaan waar de anderen waren. Hij gedroeg zich bij de voordeur heel agressief en is uiteindelijk binnengekomen. De andere drie hadden inmiddels messen gepakt om zichzelf te verdedigen. Er ontstond een gevecht waarbij de veroordeelde jongen is geschopt, geslagen en zes keer gestoken. Daarna heeft hij een van de messen van de grond opgeraapt en daarmee een van de andere drie in de rug gestoken. Die jongen heeft daarbij een klaplong opgelopen.

    Noodweer

    De rechtbank oordeelt dat de eerste drie zichzelf mochten verdedigen tegen de aanval van de jongen (noodweer). Het was begrijpelijk dat zij erg bang voor hem waren omdat ze dachten dat hij hen met een mes wilde aanvallen. Zij krijgen daarom geen straf. De nu veroordeelde jongen kan zich niet beroepen op noodweer. Hij had de anderen ernstig bedreigd en was hun huis binnengedrongen. Hij wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van twee maanden. De rechtbank houdt daarbij rekening met zijn persoonlijke omstandigheden en met het feit dat hijzelf ook is mishandeld. Hij moet zich laten behandelen voor zijn agressieve gedrag en hij komt onder toezicht te staan van de reclassering.